Kinderen in Afrika spelen spelletjes als Bao, Ende en Yoté. Wil jij deze spelletjes ook spelen? Hier worden ze uitgelegd.

• Bao
• Ende
• Yoté

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Bao
 

Dit heb je nodig
14 bakjes, bijvoorbeeld plastic bekertjes
48 steentjes, kralen of knikkers

Zo speel je Bao
Twee spelers gaan ieder aan een uiteinde van het spel zitten. De bakjes 1 tot en met 6 zijn van speler A, de bakjes 7 tot en met 12 van speler B.
Speler A speelt met de klok mee, speler B speelt tegen de klok in.

A neemt nu vier steentjes uit één van de bakjes in zijn eigen rij.
Stel, hij neemt ze uit bakje 2. Nu moet hij de vier steentjes verdelen over de volgende vier bakjes. In elk bakje één steentje. Het laatste steentje valt in bakje 6. (Zie afbeelding 2.)

Nu pakt hij alle steentjes uit bakje 6 (dat zijn er nu dus 5) en deelt die weer één voor één verder. Het laatste steentje valt nu in bakje 11.

Hij neemt nu weer alle steentjes uit bakje 11 en deelt ze weer verder. Zo gaat het door totdat... het laatste steentje in een leeg bakje valt!
Als dat een leeg bakje is in je EIGEN rij, dan mag je de steentjes uit het bakje ernaast, (uit de rij van je tegenstander) in je pot doen!
Is het een leeg bakje in de rij van je tegenstander dan gebeurt er verder niets.
In beide gevallen is nu wel je beurt voorbij en mag speler B steentjes gaan verdelen.

Mama na watoto
Als je met je laatste steentje eindigt in een lege bak van je eigen rij, en in het bakje ernaast liggen 3 steentjes, dan mag je ze niet in je pot stoppen. De Afrikaanse kinderen noemen dat: 'Mama na watoto'. Dat betekent: 'Moeder met kinderen'. En die moet je met rust laten.


terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
  Ende
 

Dit heb je nodig
Teken in het zand of op papier een spiraal en 2 vierkantjes (zie tekening.)
Zoek drie stenen.

Zo speel je Ende
Ende speel je met 2 spelers.
Leg ieder een steentje in de vierkantjes buiten de cirkel.
Het andere steentje houdt speler 1 in zijn hand, achter zijn rug.
Speler 2 moet nu raden of speler 1 het steentje in zijn linker- of rechter hand heeft.
Als speler 2 het goed heeft geraden dan mag hij of zijn het steentje in de volgende ring van het speelbord leggen.
Heeft speler 2 het fout, dan mag speler 1 raden.

Doel van het spel
De winnaar is de speler die het eerst met zijn steentje in het midden van de cirkel is.

terug


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
  Yoté
 

Dit heb je nodig
In het zand maak je 5 rijtjes van 6 kuiltjes.
Een speler speelt met 12 kiezelsteentjes en de andere speler met 12 stokjes.

Zo speel je Yoté
De speler met de steentjes begint het spel door 1 steentje in een willekeurig kuiltje te leggen.
De tegenstander legt vervolgens 1 stokje in een willekeurig ander kuiltje.
Per beurt mag maar 1 steentje/stokje geplaatst worden.
Een speler mag ook een geplaatst steentje/stokje verzetten naar een leeg kuiltje dat horizontaal of verticaal grenst aan het kuiltje waarin het steentje/stokje zich bevindt (dus niet diagonaal).
Een speler kan een steentje/stokje van de tegenstander slaan door erover heen te springen (zoals bij dammen) en het van de zandbak te nemen.
"doorslaan" mag niet (je krijgt wel het extra steentje/stokje).

Doel van het spel
De bedoeling van het spel is om alle steentjes/stokjes van de tegenstander te slaan.
De winnaar is nu de speler die als eerste alle steentjes/stokjes van de tegenstander heeft geslagen.
Als allebei de spelers slechts 3 of minder steentjes/stokjes over hebben, eindigt het spel in gelijkspel.

terug