|
Dit
heb je nodig
14 bakjes, bijvoorbeeld plastic bekertjes
48 steentjes, kralen of knikkers
Zo
speel je Bao
Twee spelers gaan ieder aan een uiteinde van het spel zitten.
De bakjes 1 tot en met 6 zijn van speler A, de bakjes 7 tot en
met 12 van speler B.
Speler A speelt met de klok mee, speler B speelt tegen de klok
in.
A
neemt nu vier steentjes uit één van de bakjes in
zijn eigen rij.
Stel, hij neemt ze uit bakje 2. Nu moet hij de vier steentjes
verdelen over de volgende vier bakjes. In elk bakje één
steentje. Het laatste steentje valt in bakje 6. (Zie afbeelding
2.)
Nu
pakt hij alle steentjes uit bakje 6 (dat zijn er nu dus 5) en
deelt die weer één voor één verder.
Het laatste steentje valt nu in bakje 11.
Hij
neemt nu weer alle steentjes uit bakje 11 en deelt ze weer verder.
Zo gaat het door totdat... het laatste steentje in een leeg bakje
valt!
Als dat een leeg bakje is in je EIGEN rij, dan mag je de steentjes
uit het bakje ernaast, (uit de rij van je tegenstander) in je
pot doen!
Is het een leeg bakje in de rij van je tegenstander dan gebeurt
er verder niets.
In beide gevallen is nu wel je beurt voorbij en mag speler B steentjes
gaan verdelen.
Mama
na watoto
Als je met je laatste steentje eindigt in een lege bak van je
eigen rij, en in het bakje ernaast liggen 3 steentjes, dan mag
je ze niet in je pot stoppen. De Afrikaanse kinderen noemen dat:
'Mama na watoto'. Dat betekent: 'Moeder met kinderen'. En die
moet je met rust laten.
terug
|